Tussen emotie en ratio


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

Vanmiddag een bezoek gebracht aan de gebouwen van Palladio. Architect en vertegenwoordiger van het Renaissance-ideaal. Ik ben in VenetiŽ, in een hotel aan de Via Lepanto. In opdracht van een kunstuitgeverij bezoek ik de BiŽnnale. Collegaís Els en Emiel noemen het een snoepreisje, zelf opteer ik liever voor het eufemisme werkvakantie.

De 52e editie van de BiŽnnale heeft als titel Think with the Senses-Feel with the Mind. En dat is precies wat je hier doet. Je laten onderdompelen in een warm bad van exposities van ruim honderd kunstenaars uit zevenenzeventig landen. VenetiŽ is toerisme. Het is er van doordrenkt. Het hele jaar door leeft de stad haar publieke leven. In de paleizen langs het Canal Grande, op de vaporetto (waterbussen) en bij de te dure espresso op de terrassen rondom het San Marco plein. Dat publieke leven heeft ook een keerzijde. Volgens wethouder Mara Rumiz van Volkshuisvesting loopt VenetiŽ leeg. Aan toeristen -18 miljoen per jaar- geen gebrek. Maar vergrijzing en ontgroening doen de stad de das om. De hoge (huizen)prijzen, de geringe economische aandacht voor de jongeren en de voortdurende stroom bezoekers jagen de eigen bewoners het centrum uit. De jeugd kiest massaal voor een vertrek naar meer kansrijke plaatsen in ItaliŽ.

Wat dat betreft dringt zich de vergelijking met Limburg op. Ook onze provincie vergrijst en weet hoger opgeleide jongeren nauwelijks aan zich te binden. Wie op de BiŽnnale rondloopt beseft hoe belangrijk een bedrijfstak als creatieve industrie voor een regio kan zijn. Creatieve industrie vestigt zich in steden waar creatief talent aanwezig is. Voor die talenten is het cultureel en creatief klimaat van een regio een belangrijke vestigingsfactor. Cultureel beleid dient dus onontkoombaar verweven te zijn met andere beleidsterreinen als economie, infrastructuur en stedelijke vernieuwing. Wie in VenetiŽ met de plaatselijke bevolking spreekt, ervaart dat die genoemde beleidsterreinen hier de laatste jaren veel te weinig aandacht hebben gekregen. VenetiŽ leert dat een inspirerend vestigingsklimaat meer moet zijn dan citymarketing. Het vraagt van Limburgse beleidsmakers, die Maastricht ook nog graag tot culturele hoofdstad willen bombarderen, om een mondiale insteek. De blik naar buiten richten, de vensters open zetten en het provincialisme definitief van je afwerpen. Anders wordt het (weer) te veel trendvolger in plaats van trendsetter.
september 2007, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina