Zwaar weer


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

‘Er is geen banger hart dan dat van mij’ kreunt de stem van Rob de Nijs uit een DeWaltradio vanaf een steiger in Limburg. Nu is angst meestal een slechte raadgever, maar na de bouwvakvakantie dreigt de bouwsector in heel zwaar weer terecht te komen.

In 2008 boekten de bouwbedrijven -ruim 97.000 ondernemingen- nog een recordomzet van vijftig miljard euro. De komende twee jaar verdwijnen vijftigduizend arbeidsplaatsen. Ofwel één op de tien banen. De cementmolens draaien nu nog volop, maar dat is schijnzekerheid. Dat zijn de lopende projecten die worden afgebouwd. De kredietcrisis grijpt de bouwsector deze zomer stevig bij de keel. Uit cijfers van het Economisch Instituut voor Bouwnijverheid (EIB) blijkt dat de orderstroom angstwekkend snel opdroogt. Bouwbedrijven zitten gevangen in een combinatie van factoren. De onzekerheid over de afloop van de kredietcrisis is slecht voor het consumentenvertrouwen. Potentiële kopers van huizen en kantoren houden de knip op de beurs, al dan niet gedwongen door banken die de eisen voor financiering opschroeven. Door de afnemende animo van klanten en strengere financieringsvoorwaarden van de banken nemen projectontwikkelaars een selectievere houding aan. En voor bouwondernemingen wordt het steeds moeilijker de nodige investeringen te doen om te kunnen blijven bouwen. Het is wrang dat de bouwsector het gelag moet betalen veroorzaakt door de aanstichters van de crisis -de banken- die met miljardensteun van de belastingbetaler overeind worden gehouden en nu door strenge financieringsvoorwaarden de bouwkranen laten stil staan.
De dreigende bouwstagnatie treft vooral de nieuwbouw, utiliteitsbouw, bedrijfspanden en kantoren. Overigens, het totale aanbod aan kantoorruimte in Nederland bedraagt nog altijd ruim vijf miljoen vierkante meter. Maar dit terzijde. Om de bouwproductie enigszins op peil te houden zijn maatregelen nodig. Het Rijk houdt (vooralsnog) zijn kruit droog, in Limburg probeert de Taskforce Koersvast de vitaliteit van de Limburgse economie te behouden door de economie te versterken door werkgelegenheidsprojecten en behoud van werkgelegenheid. ‘Limburg werkt aan de toekomst’ is de titel van het investeringsprogramma 2009-2017. Een agenda waarin tweeëntwintig projecten zijn opgenomen die in de komende jaren met een investering van twintig miljard euro moet leiden tot Limburg als de tweede groeimotor van Nederland. In die ambitie past ook een verbetering van de aanbestedingspraktijk. Er is nog te weinig aandacht voor nieuwe, innovatieve vormen van aanbesteden. Overheid en bedrijfsleven moeten samen zorgen voor aantrekkelijke opdrachten die tegelijkertijd maatschappelijk verantwoord zijn. Daarin past het kritisch kijken naar de eigen bedrijfsprocessen en manieren om die te verduurzamen. Met meer oog voor kwaliteit, creativiteit en levensduur. De huidige crisis is de kans bij uitstek om het in de toekomst anders en vooral beter te doen.
juni 2009, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina