Bollebozen


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

Studenten die in Maastricht komen studeren worden door het gemeentebestuur ontvangen met koffie en vlaai. Een prima initiatief. Kunnen ze meteen kennismaken met de Limburgse levenswijze. Of ze daarna nog vaker een stukje vlaai met de Mestreechteneren verorberen is koffiedik kijken. De verhouding tussen de ‘Hollandse’ studentenpopulatie en een deel van de Maastrichtse bevolking is op z’n zachtst gezegd broos. Als het aan UM bestuursvoorzitter Jo Ritzen ligt wordt de diversiteit van het aantal studenten nog meer vergroot.

Ritzen wil Britse studenten binnenhalen door het verkrijgen van de juridische status van Britse universiteiten. Een Engelse enclave in Maastricht. Naast het financiële voordeel voor de universiteit kan hij zo via dit achterdeurtje zijn stokpaardje -Engels als voertaal van de Nederlandse universiteiten- alsnog realiseren. Neemt niet weg dat een toename van het aantal internationaal georiënteerde studenten in Maastricht is toe te juichen. En hopelijk blijven ze na het genieten van die vlaai ook na hun studie in Limburg wonen en werken. We zullen ze hard nodig hebben nu de ontgroening en vergrijzing op steeds meer plaatsen in Limburg zichtbare lege plekken vertoont.
Limburg wil zich graag ontwikkelen tot een innovatieve kenniseconomie met internationale ambities. Healthcare, Chemmaterials & Energy, Agro & Food en een sterk midden- en kleinbedrijf moeten het voorheen voornamelijk op industriële productie gerichte bedrijfsleven de impulsen geven tot die ondernemende kenniseconomie. Dat vraagt van de overheid minder complexe regelgeving en bureaucratie en aandacht voor een doortastender ondernemersklimaat. In dat beeld past ook het stimuleren van onderwijs in de bčtawetenschappen. Zeven jaar geleden stelde de overheid het Deltaplan Bčta en Techniek in. Met als doel bčta- en technische opleidingen en banen aantrekkelijker te maken en drempels weg te nemen voor internationale migratie van kenniswerkers. Anno 1960 schreef veertig procent van de eerstejaarsstudenten zich in voor een opleiding in de natuurwetenschappen, wiskunde of techniek. Nu staat de score op zeventien procent. Econoom en buitengewoon hoogleraar Jaap van Duijn drukt het eufemistisch uit als hij zegt ‘we lijken te bewegen naar een soort procentuele ondergrens voor bčtastudenten’. Hoewel het aantal middelbare scholieren en studenten –voornamelijk meisjes- dat kiest voor exacte vakken de afgelopen zeven jaar is toegenomen blijft onverlet dat Nederland nog altijd een achterstandspositie in Europa bekleedt in exact en technisch personeel. Je hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat tekorten in het aanbod van bčta’s een obstakel zijn voor het doen van research en development. En in het vervolg hierop schade kan toebrengen aan de productiviteitsgroei. Bčtawetenschappers vanuit Azië laten invliegen is geen structurele oplossing. We hebben mensen nodig voor de lange termijn. Regisseur Paul Verhoeven, die in Leiden afstudeerde in wis- en natuurkunde, zei het al in Zomergasten: ‘wiskunde kan zo mooi zijn’. Hoe mooi dat wil het Platform Bčta Techniek laten ervaren door op alle basisscholen leerlingen kennis te laten maken met exacte wetenschap en techniek. Met het ontwikkelen van knappe koppen kun je niet vroeg genoeg beginnen.
augustus 2010, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina