Vertrouw me maar


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

Wil de eigenaar van de Austin Martin DB 5 met het kenteken 007 zijn auto voor de ingang van het hoofdgebouw verplaatsen? Op het podium verschijnt een James Bond look-a-like met een minzame glimlach. Een bloedmooie, verleidelijke Bondgirl met een nerveus uitgesneden strak decolleté biedt de geheim agent een wodka martini aan. Shakin not sturred uiteraard. Met een soepele tred en een verontschuldigend gebaar verlaat onze MI 6 spion weer grijnzend het toneel. Op de achtergrond klinkt het bijzondere motorgeluid van de wegrijdende Austin Martin… De organisatoren van het symposium weten dat de marketingtrucs uit de James Bond doos nog niets aan waarde hebben ingeboet. De toon is gezet, de aandacht gevangen. De jongensachtige Pim Pandoer sfeer die aanvankelijk in de zaal hangt slaat dan ook al gauw om in serieuze belangstelling voor een niet alledaags onderwerp: bedrijfsspionage.

Strategische informatie over concurrenten is hot. Hoe meer er wordt geïnvesteerd in kostbare technologieën en strategieën hoe meer de waarde van de informatie daarover toeneemt. In Amerika kost de diefstal van intellectuele eigendommen het bedrijfsleven jaarlijks vijfentwintig miljard dollar. De schade door bedrijfsspionage wordt in ons land geschat op tientallen miljoenen guldens per jaar. Harde cijfers ontbreken, want als het ‘goed’ gebeurt, komt niemand er achter. En ja, alle spionagetechnieken die in films voorbijrazen zijn geen utopische verzinsels. Op (af)luister- en kijkgebied is tegenwoordig bijna alles mogelijk en gemakkelijk te verkrijgen. De digitale voice-pennen, balpencamera's, minizenders, afluisterbrillen of geprepareerde mobiele telefoons; de heimelijk opererende pottenkijkers luisteren u af of onderscheppen de vertrouwelijke informatie. En als we de AIVD moeten geloven, en wie twijfelt daar aan, klopt het inderdaad dat steeds meer veiligheidsdiensten van steeds meer landen een wettelijke taak moeten vervullen -Nederland overigens niet- op het gebied van economische spionage. Internet, e-mail, elektronische marktplaatsen en digitale informatieopslag maakt bedrijven kwetsbaar voor professionele gluurders. In principe is alles af te tappen, alles te kraken. De spectaculaire technieken zijn overigens maar een klein deel van de spionagewerkelijkheid. Economische-, industriële-, of bedrijfsspionage blijft toch vooral mensenwerk. Bekendste voorbeeld in Nederland is natuurlijk de Pakistaanse atoomgeleerde Kahn. Een, vriendelijke toegewijde medewerker bij de Ultra-Centrifuge Nederland (UCN ) die met de daar verkregen gevoelige informatie over verrijking van uranium doodgemoedereerd de poort uitliep. Enkele jaren later produceerde Pakistan een atoombom. De wolf in schaapskleren maakte een lange neus naar zijn voormalige werkgever. Zeventig procent van ontdekte bedrijfsspionage is het werk van eigen werknemers. Naast afgunst, frustratie, wraak en winstbejag liggen plannen om een eigen zaak te starten ten grondslag aan het misdrijf. Ook overstappen naar de concurrent, met complete dossiers op de usb stick, komt regelmatig voor. De toekomstige werknemers van de concurrent staan aanvankelijk vaak op de eigen loonlijst. Wie de informatielekkage binnen zijn bedrijf een halt wil toe roepen zorgt voor een goed preventiebeleid en een verstandig intern beheer van vertrouwelijke informatie. Dat is gemakkelijk gezegd, maar het is wel een eerste voorwaarde om gevoelige informatie adequaat af te schermen. Helaas, is ook hier weer de mens de zwakste schakel in de keten.
september 2010, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina