Grenzeloze ambities


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

2006 is door de Europese Commissie uitgeroepen tot ‘Jaar van de mobiliteit van de werknemers’. Mobiliteit - vrij verkeer van personen en werk - is een van de speerpunten van Europees beleid. Nu het jaar op zijn laatste benen loopt is het goed om eens terug te blikken.

Hoe is het gesteld met die werknemer die heel Europa als zijn werkterritorium mag beschouwen? Het antwoord is onthutsend: slechts twee procent van de EU-burgers woont en werkt momenteel in een andere lidstaat. Ambitieuze plannen en dromen over een prachtige carrière in het buitenland sterven meestal een snelle dood aan de borreltafel. Ook jongeren in Limburg, die toch zijn opgegroeid zijn in de grensstreek, haken af. Ze schrikken terug voor de wettelijke en administratieve rompslomp, blijven liever in de buurt van ‘pap en mam’ en ervaren een taalbarrière vooral in de Duitse- en Franse taal. Dat komt er van als je als nationale overheid de vakken Frans en Duits in het onderwijs hebt verkwanseld en je pijlen louter richt op competentiegericht leren.

Het is eigenlijk een heel vreemde situatie. De wereld wordt steeds meer een dorp, werk en werkgelegenheid worden mobieler, maar de werknemer blijft het liefst zo dicht mogelijk bij huis. Een grensoverschrijdende carrièrestap is blijkbaar nèt een brug te ver. Terwijl de banen in Europa voor het oprapen liggen. Brussel begrijpt dat de werkelijke voordelen en uitdagingen van werken in het buitenland beter over het voetlicht gebracht moeten worden. Naast groots opgezette carrièrebeurzen is een aantal maanden geleden de succesvolle Eures website gelanceerd. Het Europees portaal voor beroepsmobiliteit. 900.000 bezoekers per maand, één miljoen vacatures, 5500 werkgevers en ruim 100.000 CV’s dragen bij aan een grotere publieke bewustwording. Een goede zaak. Want in een grenzeloos Europa is het versterken van de mobiliteit een belangrijk instrument voor een internationale arbeidsmarkt.

november 2006, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina