Leven van de kunst


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

In de kunst draait alles om aandacht, stelt Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie. In die zin zit het dus wel goed met onze kunstenaars en artiesten. We leven volop in een opgeblazen aandachtseconomie. Iedereen zijn fifteen minutes of fame en hop, snel door naar de volgende prikkel.

De kunstsector loopt te hoop tegen de aangekondigde bezuinigingen op de rijkskunstbegroting. Van die kunstenaars zou je dan verwachten dat hun protesten uitmonden in creatieve hoogstandjes. Al was het maar om de toeschouwers er van te overtuigen hoe noodzakelijk het belang van gesubsidieerde kunst wel niet is. Helaas, de oude vertrouwde actiemiddelen worden weer uit de kast gehaald en aan het volk voorgeschoteld. Een saai dansje op het Binnenhof, cabaret met een hoog tussen de schuifdeuren gehalte, een voorgekauwde petitie ondertekend door de onvermijdelijke ‘geschokte’ politici en een voor de hand liggende doodskist op het Malieveld. Wat een creatieve armoede! In New York kocht ik een aantal jaren geleden van de theaterdirecteur in hoogst eigen persoon op straat een kaartje voor een toneelstuk in zijn schouwburg. Met een sandwichbord om bracht hij begeesterd zijn voorstelling aan de man. Ik wilde helemaal niet naar het theater, maar ’s avonds zat ik wel met vijfhonderd andere ‘liefhebbers’ naar een hilarische komedie over de Britse filmregisseur Alfred Hitchcock te kijken. Zo iets dus. Kom daar maar eens om in Nederland waar de gesubsidieerde instellingen voor podiumkunsten slechts een vijfde deel van hun totale kosten terugverdienen uit de kaartverkoop. Dus waarom zou je ook? Het subsidieinfuus leidt immers tot gemakzuchtige verslaving. Waar is de hartstocht, de passie, het elan die je juist bij de kunstsector verwacht. Toon eens ondernemerschap in plaats van zelfmedelijden en defaitisme.
Natuurlijk pleit ik niet voor afschaffing van alle subsidies in de kunstbranche. In brede zin staat cultuur voor alles wat we als samenleving voortbrengen en waar we onze gedeelde waarden aan ontlenen. Daarom dient de overheid ook condities te scheppen op het gebied van kunst en cultuur die de kwaliteit verhogen en de toegankelijkheid waarborgen. Zonder subsidie gaat het niet, maar dat neemt niet weg dat het huidige subsidiesysteem stevig onder de loep moet worden genomen. Meer prikkels, minder langjarige subsidieafspraken en andere spelregel voor de -talloze-subsidiecommissies waar gelijkgestemden elkaar het balletje toespelen. En waarbij nauwelijks ruimte is voor nieuwe ontwikkelingen die passen bij het tijdsbeeld. Wat is er bijvoorbeeld mis met private financiering in de kunstsector? Of zijn we dan weer bang dat het de onafhankelijkheid van de kunstenaars aantast? Bezuinigingen bij cultuur zijn onafwendbaar. Dat vraagt van de sector om strategisch denken en een toekomstgerichte visie. Heel hard aksie! roepen draagt niet bij aan maatschappelijk draagvlak, dat toch al op weinig sympathie van de goegemeente kan rekenen. De enige manier om je cultuur te herkennen is door jezelf een spiegel voor te houden. En wie dan goed de ogen opent ziet dat aan het afschminken van de subsidieverslaving niet meer is te ontkomen.
oktober 2010, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina