Gure tegenwind


Frans Hermans,
Hoofdredacteur

Het nieuwe jaar wordt voor veel ondernemers waarschijnlijk een drama. Nederland moet zich in 2012 opmaken voor een flinke stijging van het aantal faillissementen. Alle voortekenen wijzen er op dat het aantal ondernemers dat kopje onder gaat zelfs boven het niveau uitkomt van de vorige crisis

Dit betekent meer dan tienduizend ondernemers die het bijltje er (noodgedwongen) bij neergooien. De dubbele dip lijkt daarmee voor ondernemend Nederland een feit. Bedrijven hebben door de vorige crisis geen vet meer op de botten en vallen bij een beetje hernieuwde tegenwind razendsnel om. Ofwel: ondernemingen hebben gewoon te weinig tijd gekregen om weer op adem te komen. De tweede dip is erger dan de eerste omdat een groot aantal maatregelen gewoonweg is uitgeput. Een faillissement kan rampzalig uitpakken voor betrokken ondernemers en werknemers. En crisistijden of niet, het stigma blijft. Het geven van een tweede kans aan bonafide ondernemers die na een faillissement opnieuw een bedrijf willen starten is in Nederland niet echt groot. In tegenstelling bijvoorbeeld tot de Verenigde Staten. Kapitalisme zonder faillissement is als het christendom zonder hel hoorde ik een vooraanstaand econoom op CNN orakelen. Een failliete ondernemer krijgt in de VS sneller een tweede kans. Dat ligt nu eenmaal in hun optimistische volksaard opgesloten. Maar ook in het land van de -voormalige- onbegrensde mogelijkheden moet de ondernemer bij een tweede poging aan strenge voorwaarden van de investeerders voldoen. Lees de Bankruptcy Code er maar op na.

Vorig jaar gingen in ons land 9.620 bedrijven failliet. In Limburg werden in datzelfde jaar vierhondervijftig bedrijven in die tragedie meegezogen. Vorige maand nog vielen in onze provincie zesenveertig bedrijven om, met een verlies van om en nabij tweehonderd arbeidsplaatsen. Bankroete bedrijven laten nu eenmaal een spoor van werkloosheid achter. In Limburg komt daar nog de demografische problematiek bij. Sterke vergrijzing, ontgroening en braindrain. Het zijn niet de aantrekkelijkste vooruitzichten voor nieuwe bedrijven om zich hier te vestigen. Integendeel. Wil je als provincie nieuwe werkgelegenheid aantrekken dan moet je investeren in opleidingen en in jonge hoogopgeleide ondernemers. Zij zijn de aanjagers van de economie. Uit onderzoek blijkt dat juist zij cruciaal zijn voor innovatie en economische groei. Jonge, snelgroeiende ondernemingen blijken zo goed als helemaal verantwoordelijk te zijn voor de netto banengroei in een samenleving. In het Coalitieakkoord 2011-2015 van de provincie Limburg lees ik: ‘het midden- en kleinbedrijf is de motor voor onze economie. Zij creëren de meeste banen en vormen een onlosmakelijke schakel in onze economische structuur. De innovatiekracht van het MKB en de koppeling met onderwijs- en kennisinstellingen verdient extra aandacht van de overheid.’ Dat zijn mooie volzinnen op platgetreden paden. Maar hoe ambitieus is Limburg werkelijk als het draait om talent aantrekken, kansen van startende ondernemers vergroten, grensoverschrijdend samenwerken en technologische innovatie stimuleren?
december 2011, Zuid-Limburg




« terug naar vorige pagina